|
Als kunstenaar maak je in je leven nogal wat
mee! Klik op een titel
voor een verhaal.
Zwaardvis (2 =
slot)
Even later huppelt er een
kortrokkig schepseltje naar binnen, ze heeft flinke borstjes,
een smalle taille en een gebitje met een klepperend beugeltje.
Snel zet ik mijn bandrecorder aan. ‘Heerlijk klepperend geluid
voor ik mijn boek - Jozef Bloks in beeld en geluid -, mompel ik
in mijzelf. (een mens mompelt soms heel wat af in zijn leven)
Het meiske kan goed klepperen, ze is blijkbaar héél muzikaal.
‘En... wat vind je er van?’ vraagt Bolala.
‘Geweldig,’ roep ik uit en vervolgens sleep ik het meiske... ik
noem haar - Klapstuk - (want ze ziet er best aardig uit) mee
naar mijn atelier en zet haar boven op mijn namaakzwaardvis.
Plof! Die zit! ‘En... stil zitten, zeg ik, doe maar net alsof je
boven op je vriendje zit.’ Klapstuk kleppert met een brede
glimlach van oor tot oor. Vervolgens neem ik de zaagmachine van
de vrouwelijke postbode ter hand (zie mijn boek - Rambo de
postbode -) en bestorm hiermee de zwaardvis én... de arme
Klapstuk. Het arme meiske gilt prachtig Hitchcockiaans...
prachtig! Ik neem het allemaal op. ‘Dat geschreeuw kan ik
wellicht nog wel eens aan een amateur horrorcineast verkopen,’
denk ik bij mijzelf. Klapstuk plast letterlijk in haar broekje,
het goddelijke vocht sijpelt langzaam over de rug van mijn
nepzwaardvis, het arme meiske ziet helemaal bleek. Met mijn
super rustgevende stembanden spreek ik haar toe: 'Het is
allemaal maar show, lieve meid én... bovendien is het allemaal
de schuld van je moeder, zij wil zo nodig een schilderij van een
felblauwe zwaardvis! Ik niet!' Snel schilder ik een doek vol
met... felblauwe zwaardvis en... symbolisch spetter ik er de
plas van Klapstuk overheen. Het druipt allemaal héél lekker. Het
meiske is al weer snel van de schrik bekomen en ze vindt het
eigenlijk best wel een mooi schilderij geworden. Ik doe nog een
finishing touch en... klaar!
‘Dat heeft u snel gedaan,’ zegt Klapstuk.
‘Ja... ik ben een snelle schilder,’ antwoord ik.
Hand in hand gaan we weer naar de Hoedensalon en overhandigen
Bolala het nog natte schilderij. ‘Prachtig, prachtig,’ roept ze
uit! De dikke man overhandigt mij wederom met een royaal gebaar
vijftienduizend euro (‘ik vraag véél te weinig voor mijn
schilderijen,’ mompel ik in mijzelf) en weg zijn ze. Ze lijken
wel als sneeuw voor de zon verdwenen. Ik kijk Caroline aan en
zeg: 'Wat wij tegenwoordig toch allemaal niet voor onze klanten
over moeten hebben.'
Terug naar
Zwaardvis 1
Jozef Bloks
(herschreven juli 2010)
Uit Hoedensalon
2 met Annabelle 2001
|