|
Als kunstenaar maak je in je leven nogal wat
mee! Klik op een titel
voor een verhaal.
Vredesgodin
Plotseling heb ik weer zin om een
schilderij te gaan maken.
‘Angelique opstaan,' zeg ik, 'ga
eens voor mij poseren!’
‘Naakt?’ vraagt ze.
‘Ja, ga maar poedelnaakt op dat
podium staan,’ zeg ik.
Met enige tegenzin ontdoet ze zich
van haar pyjama met de vrolijke gedecoreerde pinguïns en zegt:
'Doe je wel het raam dicht en de verwarming aan, want ik ben nog
steeds niet helemaal lekker!'
Ik besluit haar te gaan schilderen
als een soort vredesgodin. Niet dat het veel zal helpen maar dan
heb ik toch het idee dat ik een steentje bijdraag aan de
wereldvrede.
‘No war but peace,’ mompel ik in
mijzelf.
Uit de schilderskist die onder
mijn bed ligt, grabbel ik wat verftubes en penselen. Ik schilder
haar omringd door vredesduiven. Een jonge duif laat ik uit haar
mond eten. De rest fladdert maar wat om haar heen. Haar lichaam
schilder ik lichtblauw tegen een karmijnrode achtergrond. Buiten
hoor ik hoog in de lucht vliegtuigen over Antwerpen vliegen.
‘Ergens ver weg is het oorlog,’
denk ik bij mijzelf.
‘Er is altijd wel ergens oorlog,’
murmelt Annabelle.
Op mijn portable miniatuur
televisietoestelletje speelt een band "Broken English" van
Marianne Faithfull. Terwijl een (voor mij onbekende) zangeres
dit "Ulricke Meinhoff nummer" prachtig ten gehore brengt, zit
mevrouw Faithfull zelf op de eerste rij mee te luisteren en
oh... wat doet ze nu? Ze klimt op het podium en gaat meezingen.
Nou ja, het heeft wel wat... zo’n lekkere, rauwe, verzopen stem
uit de strot van een sophisticated lady, want zo ziet ze er wel
uit!
'Je hebt gelijk,‘ zeg ik tegen
Annabelle, 'altijd is er wel ergens oorlog, dit schilderij is
eigenlijk zinloos.’
Een schrander konijn spitst zijn
oren en denkt: 'Ik moet er maar weer eens snel vandoor.'
Ik zat eens (lang geleden) in een
bioscoop naar een film te kijken. "Waterschapsheuvel" heette die
film. Ook allemaal ellende. ‘En die film - Animal farm - dan,'
zucht het schrandere konijn (dat er dus nog net niet vandoor
was), 'da’s toch ook allemaal ellende.’ Ik zeg: 'Ik zou willen
dat het nu heel hard zou beginnen te regenen.' Maar niets
daarvan, slechts enkele simpele Antwerpse regendruppeltjes
motten uit de lucht.
‘Ergens ver weg regent het bommen
en granaten!,’ zegt Annabelle nu weer.
Een hond blaft in de nacht... hij
blijft maar blaffen. Het is een eenzaam geblaf, het geblaf van
een vakantiehond in het bos. Ik ben zo langzamerhand weer eens
op het punt aangekomen dat ik mij voor de zoveelste keer
afvraag: 'Waarom schrijf ik eigenlijk?'
Je doet je ding, hoor ik ergens
een lezeres zeggen. Je doet wat je graag doet, anders moet je er
mee ophouden!
‘Zit nou toch eens niet zo te
zeuren,' zegt Annabelle 'en schrijf nu maar gewoon door, al zou
je het alleen maar voor mij doen,’ en bijna smekend kijkt ze mij
nu aan.
‘Goed,' antwoord ik, 'voor jou zal
ik verder schrijven maar eerst ga ik nog wat schilderen.’
Angelique begint er ook al een
beetje genoeg van te krijgen. ‘Moet ik zo nog lang blijven
staan?’ vraagt ze mokkend.
Met zwarte verf trek ik contouren
rondom haar prachtig gevormde lichaam.
‘Wat een lekkere kont heeft ze
toch,’ mompel ik in mijzelf. Aan haar voeten schilder ik een
zwarte, blaffende hond die hongerig naar haar blauwe lichaam
omhoog kijkt. Angelique laat ik met hondenbrokken strooien.
Gulzig slokt de uitgehongerde hond de brokken naar binnen. De
duiven kijken mij vreemd aan. Met flinke klodders zwarte verf
schilder ik de meeste duiven weg. Een paar duiven mogen blijven
en die ene jonge duif die uit haar mond eet... die mag ook
blijven. Soms schilder ik diverse keren over elkaar heen (dat
heb ik ooit eens van een zekere mijnheer Rembrandt geleerd), dan
ontdekken ze over honderd jaar dat er onder die zwarte smurrie,
allemaal prachtige duiven verscholen zitten. Lijkt mij wel leuk.
‘En wat zouden die duiven dan
allemaal betekenen?’ vraagt er dan een
olieverfschilderijendeskundige zich af en hé..., ik heb een
raadsel de wereld ingestuurd!
‘En wie zou dat blauwe meiske
zijn?’ vraagt er weer een andere naaktschilderijen expert zich
af. En wéér heb ik een raadsel de wereld ingestuurd!
Op de karmijnrode achtergrond
schilder ik nu drie kleine kistjes met op ieder ervan een
sleutel.
‘Wat zou er in die kistjes
zitten?’ vraagt er dan een dikke bankdirecteur, die
olieverfschilderijen verzamelt, zich wellicht af. En alweer heb
ik een raadsel de wereld ingestuurd!
Ik krabbel
mijn handtekening onder het schilderij en zeg tegen Angelique
dat ze nu wel naar huis mag gaan. Ze kleedt zich aan en even
later bekijkt ze aandachtig het schilderij en zegt dat ze het
héél interessant vindt.
Jozef Bloks
(herschreven 4 juli 2010)
Uit Het boek
'Hoedensalon 2 met Annabelle' 2001
|