|
Als kunstenaar maak je in je leven nogal wat
mee! Klik op een titel
voor een verhaal.
De
trappelzakbougie
(deel 1)
Nog niet zo heel erg lang geleden, het was op zo'n avond van...
je bent eigenlijk doodmoe en je hebt al te veel pompelmoes
gedronken maar... je wil nog niet naar bed. Dus..., het was twee
uur 's nachts en samen met Caroline en een stel vrienden en
vriendinnen ging ik naar een danssalon nog wat nadrinken en zo.
Het was er hartstikke druk. U kent dat wel in zulke tenten, druk
op de dansvloer en niemand aan de bar. Goed, dus we dronken er
wat. Ik zei: ’nog eentje en dan ga ik naar huis, want ik val
bijna om.’ Plotseling vroeg er een hele mooie slanke dame of ik
met haar wilde dansen? Ik dacht: ‘ik kan naar huis gaan of... ik
kan gaan dansen en daar word ik misschien weer een beetje wakker
van en tja... het was wel een heel aantrekkelijke schoonheid en
daar kon ik toch echt geen nee tegen zeggen.’
Zij sleurde mij tussen het publiek maar het was veel te druk.
Iedereen botste tegen mij aan of misschien botste ik wel tegen
iedereen aan. Wie zal het zeggen? Ik zag een opstaand blok, klom
er bovenop en trok de slanke schoonheid omhoog en daar stonden
we dan! Ik wankelde wat op en neer en begon voorzichtig, very
slowly, te bewegen. Mijn gezelschap daarboven op dat ding
wankelde ook wat mee maar... we hielden ons aardig staande. Ik
draaide een beetje om haar heen en langzaam ging het beter. We
begonnen lekker op het ritme van de muziek te dansen en ik kreeg
de smaak te pakken. Ik zwierde haar wat in het rond (ze woog
niet veel) en ondertussen keek ik, lekker swingend naar beneden
en... ik zag zeker tweeduizend mensen naar ons kijken. Ik dacht:
‘verdomd, wij staan op een podium te dansen, dat eigenlijk
bestemd is voor de dancegirls. Ze denken vast dat wij een of
andere danceact zijn, die even een showtje weg gaan geven.’ Om
mij heen zag ik overal bordjes knipperen met - show time at four
o'clock - en op mijn horloge was het ook vier uur of...
verbeeldde ik mij dit alles? Overmand door de aanblik van een
tweeduizendkoppig gillend publiek (ik dacht, dat is lang geleden
dat er zoveel mensen naar een performance van mij kwamen kijken)
gaf ik de volle honderd procent en danste als een jonge John
Travolta, maar dan zeker tien keer sneller en... alsof dit een
nieuwe, nog snellere George Michael clip was, de spotlights uit
het plafond. Ik gooide de slanke schoonheid in de lucht (ze keek
me aan, zo van - wat gebeurt er? -) en ik draaide haar een paar
keer flitsend om haar eigen as. Ik werd weer wakker en helemaal
nuchter, ik kreeg duidelijk de smaak te pakken. Ik stal de show!
Ik werd overmoedig! Knoop voor knoop maakte ik, al swingend,
tergend langzaam mijn blouse los en liet het kledingstuk met een
theatraal gebaar van mij afglijden. Ik zwaaide het sexy in het
rond. Tja, wat wil je? Tweeduizend jongens en meiskes! Nou, ik
deed mijn best! Ze schreeuwden om meer... en meer... en nog
meer! Met ontbloot bovenlijf danste ik gepassioneerd met de
slanke schoonheid. Ik voelde mij gelijk een jonge god. Langzaam
begon ik nu ook de knopen van mijn broek los te maken maar ik
was nog niet aan de derde knoop toen ik ergens daar beneden
onder mij in die mensenmassa, Caroline hoorde roepen: ‘Je doet
het niet hè! Je doet het niet!’ ‘Nee, natuurlijk niet,’
schreeuwde ik haar toe, 'ik ken mijn grenzen en de grenzen van
mijn lezers en lezeressen.’ (Mijn uitgever denkt daar anders
over maar dat is zijn probleem.) Ik wist dat ik mijn - limit -
had bereikt! Ik nam de slanke schoonheid in mijn armen en wij
namen wij een waanzinnige dive. Het publiek ontving ons met open
armen en samen gleden we richting bar.
‘Nou... doet u mij maar een Wodka pompelmoes en deze slanke
schoonheid ook,’ zei ik tegen de vrolijke barkeepster. Gezellige
jongens en meiskes kwamen om ons heen staan want ze wilden ons
wel eens wat closer zien. Het werd gezellig druk daar zo aan de
bar en ik genoot met volle teugen van al die belangstelling. De
barkeepster knikte tevreden naar mij, er werd nu flink omgezet,
de euro's rolden in het laatje. Plotseling kwamen er twee brede
mannen op mij af en ik dacht: ‘wat heb ik nu weer verkeerd
gedaan?’ Een van hen, een man met een litteken over zijn
rechterwang, vroeg of ik nog eens vaker wilde komen dansen?
‘Nou,’ zei ik, ‘ik zal er eens over nadenken.’ Tegen de vrolijke
barkeepster zei – Scar - (de man met het litteken dus) dat alles
wat wij dronken - from the house - was.
De volgende dag zei een buurjongen, een jonge Turk die mij in
die danssalon had gezien: ‘ik wist niet dat jij zo goed kon
dansen... cool man!’ Ik antwoordde hem dat ik al als peuter al
meteen begon met dansen. Eerst deed ik natuurlijk de
trappelzakbougie en daarna begon ik te tapdansen. ‘Wat is de
trappelzakbougie?’ vroeg de jonge Turk niet begrijpend.
Jozef Bloks - januari 2010
|