|
Als kunstenaar maak je in je leven nogal wat
mee! Klik op een titel
voor een verhaal.
TOVERBAL
(Deel 1)
Toen ik op de lagere school zat gebeurde er op een dag een
ongeluk, bijna voor de poort, van de school. Het schoolgebouw
was gebouwd in een u-vorm met op een hoek een torentje. Het
schijnt dat het hoofd van de school, toen hij op latere leeftijd
was gaan dementeren, vanuit dat torentje, nog wat educatieve
klanken (zijn laatste les) heeft trachten te doen klinken. Een
triest verhaal (lees hiervoor mijn verhaal “Op de canapé met oom
Ted en Tante Magritte”). Maar goed... er was een ongeluk gebeurd
voor onze school!
Een meiske van een
jaar of tien was aangereden door een auto. Ze lag heel stil op
de koude straatstenen. Het was een meiske dat ik wel aardig
vond. Ze was een kop groter dan ik maar dat deed er op die
leeftijd (nog) niet zo toe. Ze lag daar bewegingloos op de grond
en ze zag lijkbleek. Misschien was ze wel dood? Plotseling kwam
er een onderwijzer aangelopen. Het was een man die ik toch al
niet zo moest en nota bene deze man, begon overal aan het meiske
te voelen. Van een afstandje keek ik zeer argwanend toe. Ook
voelde die man met zijn hand in haar broekje. Ik kreeg een
lichte schok! ‘Wat doet die man nou?’ vroeg ik mij bedenkelijk
af. Tot op de dag vandaag heb ik dat nog steeds niet begrepen.
Maar ja, misschien had ze wel pijn aan haar dinges, wist ik
veel. Ik vond het allemaal maar een vreemd gedoe. Bij een meiske
dat ik aardig vind en wellicht erg veel pijn heeft, moet je niet
aan haar dinges zitten en zeker niet op klaarlichte dag midden
op straat, zo dacht ik toen! Een tijd later arriveerde er een
ziekenauto, ze tilden haar op een brancard en schoven haar de
auto in en hop... hop... hop... ging ze naar het ziekenhuis.
Later hoorde ik dat ze alleen maar een been gebroken had. De
hele klas moest van “de juffrouw met heel veel haren onder haar
oksels” haar een briefje schrijven.
Hoe heette dat meiske
ook al weer? Ik weet nog dat ze heel goed kon knikkeren. Ik geef
haar even de naam “Toverbal”, dat schrijft wat vlotter. Goed…,
ik wist dus echt niet wat ik haar moest schrijven en ik schreef
dus zoiets als: ‘Lieve Toverbal... ik mis je heel erg op school,
vooral met het knikkeren (wij knikkerden namelijk vaak samen in
team verband). Ik heb al drie keer heel veel knikkers verloren,
snik! Hoe gaat het met je been. Ik hoop heel goed. Ik hoop dat
je been weer snel beter wordt. Een kusje op je been en een kusje
op je mond. Heel veel beterschap, liefs Henri.’ Nou, ik denk dat
het zo'n soort briefje moet zijn geweest.
Vervolg deel 2 (Klik hier)
Jozef Bloks - (Herschreven 01
januari 2010)
Uit het boek
"De Hoedensalon 1" 2001
|