|
Als kunstenaar maak je in je leven nogal wat
mee! Klik op een titel
voor een verhaal.
Tatoeage 2
(de gloeilamp)
Een vriend
van mij heeft eens (in de jaren tachtig van de vorige eeuw) een
gloeilamp op zijn
rechterbovenarm laten tatoeëren. Dat kwam zo. Hij doet iets met
licht, vaak blacklight en... nou ja, hij heeft gewoon iets met
licht. Maar goed,
hij wilde een lamp op zijn arm laten tatoeëren en ik moest dus
die lamp voor hem ontwerpen. Hij stond er op, een lamp...
speciaal voor hem! ‘Vooruit dan maar,’ zei ik tegen hem en dus
ging ik naar de eerste de beste gloeilampenfabriek die ik kon
vinden (ik woonde toen in Eindhoven) en kocht er een lamp van
zestig Watt, dat vond ik wel voldoende. Een doodordinaire peer
van zestig Watt dus! Ik maakte er een mooi realistisch
tekeningetje van en samen gingen wij naar een tattoo shop,
dapper stapten wij daar naar binnen. Mannen met onfrisse tronies (van dat
soort mannen die je maar beter niet, 's avonds laat, ergens in
een doodlopend straatje, zou moeten tegenkomen) hingen aan de
bar of lagen in een stoel in tattoo magazines te bladeren. Ze keken ons argwanend en vijandig aan. ‘Mijn
vriend wil een tatoeage,’ zei ik tegen de tatoeëerder, ‘kijk,
dit wil hij op zijn rechterbovenarm’ en ik liet hem het
tekeningetje zien. Met argusogen keken
de onfrisse mannen,
opdringerig over mijn schouders mee. ‘Da's gewoon 'n lamp,’ zei
er een smalend. Ik dacht, dit gaat zo meteen helemaal fout, hier
komen wij niet meer levend de deur uit of... op z'n minst als
een getatoeëerde draak of zoiets. Ik had eens een film gezien
waarin Ben Gazarra (ook een favoriete acteur van mij) door een bende
Chinezen gevangen was genomen en die hadden toen zijn
hele lichaam vol met Chinese scheldwoorden getatoeëerd. Ik begon
al aan witte konijnen; tjirpende krekels; wielewalen; koekoeken
en zo te denken totdat de tatoeëerder plotseling zei:
‘jongens..., rustig hč! Zien jullie niet wie dit hier is? Dit is
Jozef Bloks en dat is een groot kunstenaar.’ Morrend gingen de
opdringerige jongens weer in hun tatoeage magazines zitten
bladeren. ‘Wat weten jullie nou toch van kunst,’ snauwde
hij en tegen mijn vriend zei hij op gebiedende toon: ‘ga zitten!’ Een
beetje shaky nam mijn vriend in de tattoo stoel plaats. De tatoeëerder
bekeek mijn tekeningetje en vroeg hoe groot de lamp erop moest
komen. 'Net zo groot als het tekeningetje,’ antwoordde ik. ‘Oké,’ zei hij en hij begon onmiddellijk met een scherpe naald
in het vlees van mijn vriend te porren. Die werd nog bleker dan
dat hij al was, maar gaf geen krimp. ‘Kleurtje er bij?’ ‘Ja, een beetje blauwig rondom de lamp,’ antwoordde ik. ‘Ik zal er een mooie lamp van maken,’ zei de tatoeëerder. Terwijl hij zo bezig was vertelde hij dat hij een groot fan van
mij was. Ik kon pas écht goed tekenen, hij was maar een gewone
tatoeëerder die plaatjes uit een boek kopieerde. Hij had in zijn leven
al van alles getatoeëerd zoals; draken; blote wijven;
hartjes met daaronder - mama ik hou van jou - ; ankers;
doodshoofden; prikkeldraad, ga zo maar door, maar - een lamp van
de kunstenaar Jozef Bloks - , dat vond hij toch wel heel erg
bijzonder. De
onfrisse mannen hoorden hem maar wat ongelovig aan. Ze hadden
het niet zo op kunstenaars. Was die
tatoeëerder eigenlijk ook maar een rare halve kunstenaar? Ze
vonden het maar niks!
Uiteindelijk creëerde de tatoeëerder een
prachtige lamp op de rechterbovenarm van mijn vriend.
‘Wat vind je er van? Mooi gemaakt hč!’ Zei hij voldaan. ‘Prachtig,’ zei ik, terwijl
mijn vriend een beetje pijnlijk naar zijn
opgezwollen bovenarm keek. ‘Oh, dat trekt wel bij,’ zei de
tatoeëerder. ‘Wat moet ik je betalen?’ Vroeg ik. ‘Nou
Jozef, voor jou is dit helemaal gratis.’ ‘Nou bedankt,’ zei ik. ‘Nee…, jij bedankt!’
Zei hij, 'het was mij een grote
eer.’ Met een ietwat bibberende
vriend verliet ik vrolijk de tattoo shop. De
onfrisse jongens keken ons smerig na en riepen mopperend: ‘Hoezo
gratis?’ Ze begrepen er niets van.
Jaren
later is er, op een keer, bij mijn vriend zijn eigen licht
uitgegaan. Hij stond onder stroom. Viel letterlijk in coma en
misschien heeft die tatoeage hem wel van een wisse dood gered.
Wie zal het weten? Alleen zitten er nu wel een aantal procenten
bij hem los maar voor zo'n vijfennegentig procent schat ik hem
toch weer oké.
Jozef Bloks - Juli 2001
(herschreven januari 2010)
Uit het boek
"De Hoedensalon 1" 2001
|