|
Als kunstenaar maak je in je leven nogal wat
mee! Klik op een titel
voor een verhaal.
|
Een sneeuwuil in Valkenswaard 1963
(Deel 1) |
| |
 |
|
De winter van 1963
was de koudste winter van de vorige
eeuw. Sneeuwstormen teisterden het land en het vroor overdag
soms gemakkelijk -10 tot -15 °C. Rivieren vroren dicht en op de radio
hoorde ik dat er zelfs ijsbergen in de Waddenzee dreven. Wij
kinderen (ik was toen zo'n jaar of twaalf) hadden geen last van de
kou en vonden het alleen maar prachtig. Samen met mijn vriend
zaagden wij uit bergen sneeuw, grote blokken en bouwden zo een
heuse iglo waar wij dan soms hele middagen verkleed als Eskimo's in
vertoefden. Zo herinner ik mij ook dat wij op de schaats naar
school reden (de wegen waren immers veranderd in ijsbanen).
Maanden lang bleef het zo winteren!
Op 18
januari daalde de temperatuur in Joure zelfs tot -21 °C en juist
die dag werd de Elfstedentocht gereden die toen door Reinier Paping
gewonnen werd.
|
Maar goed... bijna
iedere dag wandelde ik door het voor mij zo bekende bos dus ook
tijdens deze barre winter. Het had dagenlang
gesneeuwd en het hele bos was prachtig wit beladen met een dik
pak sneeuw. Bij iedere stap
kraakte de sneeuw onder mijn schoenzolen. Overal vond ik sporen van dieren.
In de verse sneeuw volgde ik een
spoor van een konijn of als ik geluk had een spoor van een vos,
soms tot helemaal aan zijn hol in de grond. Er hing een grijzig
licht in het bos, het was er bijna muisstil. Alleen de takken
van de bomen hoorde ik soms zuchten. Zo af en toe viel er een pak sneeuw uit
een boom of brak er ergens een tak af onder het zware gewicht.
De sneeuw plofte dan met een dof geluid neer en stoof
dwarrelend in het rond. Het waren sinistere geluiden zo in dat
stille bos.
Niet
ver van mij vandaan hoorde ik weer een tak gevaarlijk kraken en sneeuw dwarrelde naar beneden.
Mijn ogen spiedden de bewegingsloze witte bomen af...
nergens was er iets te zien. Ik bevond mij vlak bij een verlaten
spoorlijn en zachtjes ging ik op een stapel bielzen zitten en
wachtte af... na een minuut of tien zag ik ergens boven in een
paar grote dennenbomen iets bewegen.
Plotseling
maakte een
reusachtige sneeuwvlok zich los uit de witte bomen en
in een soort slow motion zweefde het als een geheimzinnige
schaduw geluidloos boven mijn hoofd. Ik schrok! Wat
was dat? Een eind verder keerde het zich om en het leek nu recht
op mij af te komen... zich op mij neer te storten?! Ik bukte en
het scheerde rakelings over mijn hoofd om zich daarna weer te
versmelten met het witte bladerdak van de bomen. Nog maar net
van de schrik bekomen en nieuwsgierig als ik was, sloop ik op
handen en voeten er op af. Toen ik dichterbij kwam zag ik dat
het een enorme witte vogel was. Het was een prachtige...
grote... witte sneeuwuil met vleugels van zeker een spanbreedte
van zo'n anderhalve meter of meer.
In de
winter, als het in het hoge noorden wel heel erg koud begint te
worden willen ze nog wel eens afdalen richting het zuiden, maar
deze was mijns inziens duidelijk verdwaald. Het was een
geweldige gewaarwording... ik en dat enorme beest... alleen in
dat prachtige wit besneeuwde bos.
Uren
heb ik naar dit prachtbeest... op zoek naar wat te eten...
zitten kijken. Het arme dier leek mij zo eenzaam daar in dat
bos. Nieuwsgierig cirkelde het af en toe om mij heen en ging dan
weer ergens rustig stil zitten. Er leek een soort vriendschap te
ontstaan. Hij hoorde daar niet thuis, zo alleen in dat bos, zo
vond ik toen. Ondertussen
begon het te schemeren en bovendien kreeg ik het toch wel een beetje koud.
Ik
besloot om naar huis te gaan. Eerst
dacht ik dat ik mij vergiste maar het was echt. De grote
sneeuwuil volgde mij tot aan de rand van het dorp en ging
ergens stil op een tak van een boom zitten. Nog een tijdje keken
wij elkaar nieuwsgierig aan maar ik had
ondertussen ook honger gekregen dus ik moest echt naar huis.
Klik hier voor het vervolg (Deel
2 slot)
Jozef Bloks - November 2008
--------------------------------------------------------------------
Dit verhaal is origineel uit het
boek 'Het
Hoedensalon 1' (2003) en herschreven naar aanleiding van
de sneeuwuil die in november 2008 op het Waddeneiland Texel in Nederland
werd gesignaleerd. (Ofschoon het een vrouwtje was werd er hier
en daar toch al
snel aan een reļncarnatie van Jan Wolkers gedacht!)
|