|
Als kunstenaar maak je in je leven nogal wat
mee! Klik op een titel
voor een verhaal.
Surinaamse
Sinaasappelen (deel 2)
Ze neemt een slok van de wijn en kust zwoel mijn rechteroor.
‘Luister,’ zegt ze en terwijl ze met haar tong zachtjes mijn oor
aflikt, hoor ik duidelijk de golven van de zee ruisen.
Orange stopt met likken en zegt dat ik mij moet omdraaien en
begint nu mijn linkeroor af te likken. Nu hoor ik plotseling
toch duidelijk het kabbelende water van de Schelde! Zij kent mij
niet en ik ken haar niet. Ze is zeker twintig jaar ouder dan ik en had mijn
moeder kunnen zijn. Terwijl ze aan mijn oor likt dwalen mijn
gedachten over het
water. Ik denk na over geluk en ongeluk. Wat voel ik mij
gelukkig. Orange is klaar met likken. Ze staat op, ontdoet zich van haar
kleedje en duikt met een nietsontziende plons in het donkere
water van het ven. De zeven zwarte eenden schrikken op uit hun
eendendroom. Zij droomden vast over een lekker visje of zo.
Misschien droomden ze wel dat ze genomen werden door een mooie
witte mannetjeseend en dat ze daarna heel veel eieren zouden
leggen. En dat daar dan heel veel zwart-witte eendenkuikentjes
uit te voorschijn zouden komen en dat die dan allemaal achter
hun trotse moeders aan zouden zwemmen.
Orange zegt:'sorry' en zwemt naakt, lekker plonzend, dwars door de wreed uit hun droom
opgeschrikte zwarte eenden. ‘Zo
meteen wint ze ook nog een medaille,' denk ik zo bij mijzelf.
‘Kom er gezellig ook in Jozef, het water is heerlijk koel.’
Hoe kent zij mijn naam? Ik geloof in de illusie, in mijn eigen
jongensdroom. Stond mijn naam ook op die kist met Surinaamse
sinaasappelen? Aan de heer... ‘Ik
heet Henri,’ roep ik.
Ik kleed mij uit en schuif het inderdaad heerlijke koele water
in. Terwijl ik naar haar toe zwem zeg ik: ‘lik nog eens aan mijn
oren dan kan ik de Schelde weer horen.'
‘Nee,'
zegt Orange, 'die zijn nu al schoon genoeg.’
Ik omhels haar en al watertrappelend vertelt zij mij een
Surinaams verhaal. Een arme Surinaamse sinaasappelenslaaf lag
huilend aan zijn ketting. Hij was heel ongelukkig want de
sinaasappelenbaas had zijn vriendinnetje naar een andere
sinaasappelenplantage overgeplaatst, heel ver weg van hem
vandaan. Nu zou hij haar wellicht nooit meer terugzien. Hij
huilde 's nachts zo hard zodat de sinaasappelenbaas er vaak
wakker van werd. Woedend ranselde hij dan de sinaasappelenslaaf
hard af met als gevolg dat de slaaf nog harder begon te huilen.
(‘Wat een kletsverhaal, denk ik bij mijzelf, volgens haar is het
natuurlijk allemaal de schuld van de Hollanders en dus, ook mijn
schuld! En daarom stuurt zij mij ieder jaar een kist met
Surinaamse sinaasappelen, om mij er aan te herinneren dat mijn
over, over, overgrootvader een wrede Hollandse sinaasappelenbaas
in Suriname was. Of begrijp ik dit weer helemaal verkeerd en
behoort Orange tot de Surinamers, die de
slavernij allang vergeten zijn en moet ik dit dus gewoon zien
als een mooi doch triest verhaal?') Langzaam trek ik haar onder
water.
Blup..., blurp..., blup!
Klik hier voor
deel 3
Jozef Bloks - Juli 2001
(Herschreven November 2009)
Uit het boek
"De Hoedensalon 1" 2001
|