|
Als kunstenaar maak je in je leven nogal wat
mee! Klik op een titel
voor een verhaal.
Surinaamse
Sinaasappelen (deel 1)
Er zit een mooie Surinaamse dame
op de bank in de woonkamer van mijn ouders. Ze is slank en heeft
lang, zwart golvend haar. Ik schat haar leeftijd zo rond de
veertig jaar en ik noem haar Orange. Ikzelf ben ongeveer twintig. Ieder jaar stuurt zij een kist met Surinaamse
sinaasappelen naar mij in Nederland. Het zijn van die grote,
groene sinaasappelen met oranje vlekken. Onooglijk van buiten
maar des te lekkerder van binnen. Een kist vol en hoeveel
Surinaamse sinaasappelen gaan er in een kist? Ik heb ze nooit
geteld.
Dit jaar is zij met de
Surinaamse sinaasappelen, ook zelf meegekomen.
Jane Fonda kwispelt ongedurig tegen mijn benen, ze wil uitgelaten
worden. ‘Ga je mee de hond uitlaten?’ vraag ik aan Orange
(overigens een prachtige naam, vind ik zelf). Het is een warme
zomeravond en het begint al een beetje te schemeren. Wij wandelen
over een lange
laan met aan weerskanten weilanden met schapen en koeien. Jane
Fonda kent de weg en even later leidt ze ons naar een pad dat
het bos ingaat. Ondertussen is het al aardig donker geworden.
Orange vertrouwt mij volledig, ze neemt mijn hand en samen gaan wij het bos in. Het ruikt er heerlijk!
Het heeft die dag wat geregend en dan ruiken de vochtige
dennennaalden zo lekker. Jane Fonda gaat achter een konijn aan
en verdwijnt tussen de bomen. Het is volle maan dus wat wil je
nog meer dan samen zijn met een mooie Surinaamse dame in het
bos. Eigenlijk ken ik Orange helemaal niet. Ze stuurt mij een
keer per jaar een kist met overheerlijke Surinaamse
sinaasappelen and that’s it!
Orange
sabbelt wat aan een Australisch chocolaatje en komt wat dichter
tegen mij aanlopen. In het bos is het nu bijna aardedonker.
Orange slaat een hand om mijn middel en langzaam lopen wij verder totdat
wij aan de rand van een ven komen dat is
omringd met wuivend riet. Ergens kwaakt er een kikker. De volle
maan werpt tussen de wolken door, een romantisch licht op het
ven. Zeven zwarte eenden liggen geheimzinnig stil in het water,
loerend tussen waterlelies met gesloten knop. Het is een
prachtig beeld. Ieder moment verwacht ik dat Ruby als een
reusachtige watergodin, uit het bijna rimpelloze water, spetterend
omhoog
zal stijgen om mijn geluk met Orange te bederven. De jaloerse
trut. Maar er gebeurt niets. Wij
gaan in het zachte gras liggen en turen over het water.
Orange zegt: ‘kijk, zeven witte konijnen zitten te drinken aan
de rand van het ven.’ Daarna vlijt ze zich tegen mij aan en
sluit haar ogen. De zeven zwarte eenden houden mij angstvallig
in de gaten. Na zeven maanden word ik geboren. Na zeven
jaren verhuis ik van de grote stad naar het dorp met het bos. Na
zeven jaren ga ik naar de disco. Na zeven jaren ontmoet ik een
mooie vrouw. Ik krijg zeven lieve kindertjes. Na zeven jaren ben
ik weer alleen. Na zeven jaren ga ik weer schilderen... ‘Wat
bazel je toch allemaal,’ zegt Orange. Daarna valt ze met haar
hoofd tegen mijn schouder in
slaap. Eigenlijk
ken ik
Orange helemaal niet. Zou ze uit
Paramaribo komen? Dat stond in ieder geval wel op de kist met
Surinaamse sinaasappelen. Of uit zo'n indianendorp aan de
rivier? Ze ziet er goed gekleed uit. Ze is niet van het
platteland. Het is beslist geen bosnegerin. Misschien een
onderwijzeres? Misschien is ze eigenaresse van een Surinaamse
sinaasappelenplantage? Ik ontkurk een meegebrachte fles witte
wijn (plop) en schenk twee glazen vol.
Orange opent haar ogen en zegt: ‘je wilt het niet weten.’
‘Je hebt gelijk, zeg ik, 'eigenlijk wil ik het niet weten.’
Klik hier voor deel 2
Jozef Bloks - Juli 2001
(Herschreven November 2009)
Uit het boek
"De Hoedensalon 1" 2001
p.s.
Ruby is een van
mijn vriendinnen uit dit boek
|