|
Als kunstenaar maak je in je leven nogal wat
mee! Klik op een titel
voor een verhaal.
Een Prinsessen
Plas
Op bezoek bij prinses Blue in haar
slot Knekelstein, waar Caroline een hoed komt afleveren (prinses
Blue mag een keuze maken uit diverse ontwerpen).
Als ik de deur achter mij sluit, mompel ik in mijzelf ‘heerlijk
toilet’ en fluitend ga ik de gang op richting Caroline en
prinses Blue.
‘Daar word je vrolijk van hè,’ zegt Blue, ‘dat lucht op!'
‘Nou en of,’ zeg ik.
Blue heeft ondertussen een mooie paarse hoed, met een zwarte
wuivende boa, uitgezocht. Ze is er erg mee in haar sas.
‘Wat kost deze hoed?’ vraagt ze aan Caroline.
‘Vijfhonderd euro,’ antwoordt Caroline, ‘reis- en verblijfkosten
natuurlijk inbegrepen.’
‘Ja natuurlijk,’ zegt Blue, ‘reis- en verblijfkosten
inbegrepen.’
‘Nou…,’ zeg ik plotseling, ‘als ik van jou een portret mag
schilderen..., zo gezeten op jouw gouden toilet, met die paarse
hoed op met die zwarte wuivende boa, dan krijgt jij de hoed voor
de halve prijs.’ Caroline kijkt mij een beetje
vreemd aan, blijkbaar vindt ze het maar een merkwaardig
voorstel. Blue vindt het echter een eerlijke deal en samen gaan
we naar haar toilet. Ze zet zich neder op de gouden toiletbril.
‘Moet ik mijn broek omlaag doen?’ vraagt ze.
‘
Nee, dat hoeft niet,’ zeg ik, ‘tenzij… dat je echt iets moet.’
‘Nou, van die chocolademelk moet ik altijd wel ontzettend
plassen,’ antwoordt ze.
In mijn schilderskistje vind ik tussen de penselen een klein
cassetterecordertje. Vlug druk ik de opnameknop in en neem het
zeldzame gespetter en gekletter van een prinsessenplas op. ‘Dit
is een zeer zeldzame geluidsopname, dit moet vriend Ruud horen!’
mompel ik in mijzelf. Blue zet ondertussen de paarse hoed met
zwarte boa goed op haar hoofd en vliegensvlug maak ik een
prachtig schilderij van een plassende prinses op een gouden
toilet.
‘Klaar!’ zegt Blue.
‘Jij ook Jozef?’
‘Ja, het schilderij is klaar,’ zeg ik.
Ze trekt haar broek omhoog en samen lopen we weer naar haar
kamer. Blue betaalt zoals afgesproken de helft van de prijs van
de hoed en wij nemen afscheid van Blue en slot Knekelstijn. De
stoffige butler leidt ons weer door allerlei duistere gangen,
trap op, trap af... naar de suite, behangen met veel goud en
spinnenwebben, opent vervolgens de zware eikenhouten deur en
laat ons uit. ‘Doei...’
Jozef Bloks - Juli 2001
(Herschreven November 2009)
Uit het boek
"De Hoedensalon 1" 2001
|