|
Als kunstenaar maak je in je leven nogal wat
mee! Klik op een titel
voor een verhaal.
Een lege draaimolen draait eenzaam
in het rond. Ieder jaar wordt er met Kerstmis een oude
draaimolen met mooie ornamenten en van die prachtige houten
paarden op de Groenplaats neergezet. Gezellige orgelmuziek
klinkt er dan uit de oude luidsprekers. Nu zit er dus niemand in
de draaimolen! ‘Waar zijn alle kindertjes?, vraagt de
draaimolenman zich bezorgd af. Misschien ligt het aan het weer,
zucht hij, +12 °C is nu ook
niet bepaald een gezellig winters temperatuurtje.’ ‘Ja, het weer
zit niet mee,’ zeg ik. De oude Draai, (bijnaam van de
draaimolenman) draait zich om en ‘hé… ben jij het, zegt hij.
Fijn dat je mij weer eens komt opzoeken… alles goed met jou?’
‘Ja, met mij gaat het altijd goed, dat weet je toch!,’ antwoord
ik hem lachend. Op de Groenplaats is er (behalve de vaste
zwervers) geen mens te zien, iedereen zit thuis. ‘Gisteren
hoorde ik op de televisie het weervrouwtje zeggen dat er een
koufront aankomt, dus houdt moed,’ zeg ik tegen Draai. ‘Hoe lang
is het geleden dat we een échte ouderwetse winter hebben
gehad?,’ zucht Draai. ‘Nou, dat is wel héél lang geleden, zeg
ik, wel zeker zo’n zes à zeven jaar geleden.’
Caroline staat in de keuken achter
de pruttelende potten en pannen. Het ruikt goed! Ik ruik
winterse kost… hm! ‘Tegen wie zit jij toch allemaal te
kletsen?,’ vraagt ze. (*1)
‘Oh… ik vertel Annabelle een verhaaltje,’ zeg ik. ‘Nou, dan is
het goed, zegt ze, je doet de laatste tijd zo vreemd, ik dacht
dat…’ ‘Nee hoor, met mij is alles in orde, ik begin het alleen
een beetje koud te krijgen’, antwoord ik. Op mijn portable
miniatuur televisietoestelletje zie ik een mooi meiske dat
ijspegels huilt. ‘Moet kunnen,’ denk ik zo bij mijzelf.
‘Je moet blijven hopen,’ zeg ik
tegen Draai. ‘Ja, maar dan wel een échte strenge winter!, zucht
Draai, zó streng… zodat de Schelde dicht vriest en de klokken
van de kathedraal niet meer kunnen luiden omdat ze vastgevroren
zijn.’ ‘En dat het dan zó glad is, zodat er geen auto’s meer
kunnen rijden en dat dan alle kindertjes ijsvrij hebben,’ vul ik
hem aan. ‘En iedereen gaat dan op straat schaatsen en overal
staan kraampjes met warme worsten en dampende hete chocomel,’
vervolgt Draai. ‘En sneeuwuilen strijken massaal neer op de
Groenplaats,’ zeg ik weer.
‘En de neus van Rubens wordt blauw
van de kou,’ gniffelt Annabelle.(*2)
‘Even naar mijn e-mail kijken, zeg
ik tegen Draai, want ik verwacht een berichtje van mijn
IJslandse ijsgodin Björk.’ ‘Het is hier -45
°C, schrijft Björk. Mijn
stembanden zijn bijna bevroren, hetgeen overigens een bijzonder
effect geeft, ik ben dan ook meteen met de opname van een nieuwe
cd begonnen.’ Als bijlage stuurt ze een voorproefje met de
rillende titel - Ice Baby -. ‘Klinkt best lekker,’ zeg ik tegen
Draai. Even later laat Draai - Ice Baby - door zijn oude
luidsprekers trillen. We krijgen het er allebei, ijs- en
ijskoud van. Plotseling trekken donkere grijze wolken zich samen
boven de Groenplaats. Een kwartiertje later vallen reeds de
eerste sneeuwvlokken.
‘Zou het dan toch écht winter
worden?’, roept een blije Draai.
Jozef Bloks - December 2008
*1
Ik schreef dit verhaal aan de
keukentafel vandaar...
*2
Annabelle is een figuur uit het
boek Hoedensalon II die luistert naar het verhaal dat ik haar
vertel.
(Voor alle duidelijkheid, het
beeld van Rubens staat midden op de Groenplaats in Antwerpen.)
--------------------------------------------------------------------
Dit verhaal is origineel uit het
boek 'Het Hoedensalon II (met Annabelle...)' 2003 en als een
bijzonder kerstverhaal herschreven in december 2008
|