|
Als kunstenaar maak je in je leven nogal wat
mee! Klik op een titel
voor een verhaal.
De
Dood
Op een avond was ik in mijn
atelier driftig aan het schilderen. Het werd een serie vrolijke
schilderijen met titels als “Boy's keep swinging” en “Girls have
more fun”. De telefoon ging en iemand vertelde mij terloops dat
mijn ex-schoonvader overleden was.
'Wist je dat dan niet?'
'Nee, waarom had niemand mij iets verteld?'
Hij zou de volgende dag al gecremeerd worden! Het was half acht
en het mortuarium sloot om acht uur. Ik wilde die man nog één
keer zien, dus jumpte ik in mijn Peugeot 404 met vleugels en
scheurde al klokkijkend er vandoor. Tot drie keer toe reed ik
verkeerd en ik stond uiteindelijk om precies acht uur hijgend
voor de deur van het mortuarium. De portier was juist aan het
afsluiten. Bijna smekend vroeg ik de man of ik nog een laatste
blik mocht werpen... een afscheid nemen van. De man was aardig,
hij ontsloot enkele deuren en daar stond ik dan. Omringd door
transparante gordijnen lag mijn ex-schoonvader daar, als een
soort mooie opgemaakte etalagepop, vredig opgebaard. Het was er
koud en alles bij elkaar toch ook een beetje eng zo helemaal
alleen tussen al die lijken, want achter die gordijnen lagen er
nog veel meer. Het was er flink druk. Ik stond daar wat te staan
en... ik raakte hem eens aan. Hij voelde goed koud aan…
hartstikke dood dus! Ik praatte wat tegen hem maar… omdat hij
natuurlijk niks terug zei was ik al snel uitgekletst. Ik nam
afscheid en ging weer naar huis. Terug in mijn atelier ging ik
weer vrolijk door met schilderen maar “The boy's keep swinging”
en de “Girls have more fun” verloren hun vrolijke kleuren en
werden steeds somberder. Ik voelde mij helemaal niet somber of
aangedaan, ik was eerder blij dat ik afscheid had kunnen nemen
van die man. Maar wat ik ook deed, de strepen en de vegen verf,
hoe fel rood en geel, zo uit de tubes, werden steeds donkerder
en donkerder. Op een gegeven moment ben ik er maar mee gestopt.
De volgende morgen bekeek ik mijn creaties van de vorige avond.
Het waren merkwaardige schilderijen. Een serie van een stuk op
tien doeken waarvan de eerste paar schilderijen vrolijk van aard
waren en de daarop volgende schilderijen steeds donkerder en
somberder werden. Tot mijn verbazing ontdekte ik op een van die
donkere doeken tussen allerlei vegen, strepen en krassen, het
gezicht van mijn ex-schoonvader. Om mijzelf er van te overtuigen
dat ik niet gek was belde ik vriend Ruud om te vragen of hij
eens wilde komen kijken naar wat ik nu toch allemaal weer
geschilderd had. Ondertussen had ik een oude familiefoto
gevonden waar de man op stond afgebeeld.
Ruud zag het ook duidelijk.
‘Da's wel maf zeg! Niet stiekem van dat fotootje nageschilderd?’
‘Nee Ruud, echt niet!'
Nog dagen heb ik er last van gehad, nou ja... last. Zo zag ik de
man op straat lopen. Ik dacht: ‘dit kan toch niet!’ Ik klopte
hem op zijn schouder. Hij draaide zich om. Hij was het niet. Ik
had die man al jaren niet meer gezien, hij had nooit een
speciale of diepe indruk op mij gemaakt, ik wilde hem gewoon nog
een keer zien, misschien omdat hij een deel van mijn leven was
geweest, deel van een episode? Later, veel later, heb ik gehoord
dat die man kanker had en maar niet dood wilde. Hij schreeuwde
en worstelde in zijn bed. Zijn naaste familie werd er gek van.
Hij bleef zich maar verzetten tegen de man met de zeis. Ik vond
het maar een vreemde boel en heb het schilderij “De Dood”
genoemd.
Ongeveer een jaar later hing het
schilderij op een expositie en werd het verkocht aan een wat
merkwaardige oudere dame (er was iets vreemds aan haar). ‘Het
schilderij sprak haar zo aan,’ zo vertelde zij mij.
Jozef Bloks - Juli 2001
(Herschreven Juni 2009)
Uit notities 1980 - 2009
|