|
Als kunstenaar maak je in je leven nogal wat
mee! Klik op een titel
voor een verhaal.
Ankie
Appelmoes
In mijn atelier staat een heel groot
leeg linnen doek, opgespannen op mij te wachten. Ik draal er om
heen, ik hik er tegen aan. Ik kom er niet toe om het doek te
beschilderen. De telefoon gaat, faxen rollen binnen, e-mails
overstromen mijn netvlies. Alles wat mij maar kan storen, stoort
mij. Mijn atelier bevindt zich in een oude fabriek. Er zijn
tientallen ateliers in deze fabriek. Het is nacht en ik dwaal
door de donkere gangen die volgestapeld zijn met allerlei
kunstenaarsrommel. Het kraakt en ritselt daar in het donker. Het
is de geest van een overleden vriend kunstenaar die maar geen
afscheid kan nemen van zijn kunst. In de verte hoor ik iemand
zingen. Als ik het gezang nader blijkt het vriend kunstenaar
Rommel te zijn. Hij zit naakt in een tot badkuip omgebouwde
ouderwetse houten wastobbe, met een borstel, schuimend zijn rug
te schrobben. Een verwarmingselement bungelt, vervaarlijk
hangend aan twee stroomdraden, tussen zijn benen in het warme
sop. ‘Lekker toch!’, zegt hij en hij zingt vrolijk verder in de
nacht.
‘Wil jij graag dood?’ vraag ik, wijzend op het
verwarmingelement.
‘Hoezo? Oh..., ha, ha, da's allemaal wel veilig hoor.'
'Zeg Rommel... Ik ben mijn inspiratie kwijt.’
‘Nou, dat geeft niet hoor. Andy Warhol was het ook eens kwijt en
toen zei een galeriehouder: ‘Andy jongen, wat wil je nou?’
‘Geld, antwoordde Andy, heel veel dollars!’ ‘Nou en toen ging
Andy bankbiljetten schilderen, daarna soepblikken en weer daarna
Marilyn Monroe, ik bedoel maar.’
‘Bedankt Rommel.’
Ik schilder die nacht het hele
doek vol met bloemen. Allerlei soorten prachtige bloeiende
bloemen in goddelijke frisse kleuren. Ik word er helemaal
vrolijk van. Tegen de ochtend is het schilderij klaar.
Plotseling hoor ik een deur
van een atelier opengaan, ergens aan de overkant van de gang
waaraan ook mijn atelier grenst. Nieuwsgierig als ik ben, open
ik mijn deur op een kier en werp een blik. Vriend kunstenaar
Schepper zet juist een heel mooi modelletje buiten. Het is een
prachtig jong meiske. ‘Hier!, zegt hij. Alsjeblieft voor jou, ik
ben er op uitgekeken, je mag haar van me hebben. Gratis en voor
niets.’ ‘Oh, dank je wel Schepper. Zo'n modelletje sla ik niet
af.’ Ik til het modelletje op en draag haar mijn atelier binnen,
waar ik vervolgens het mooie meiske op mijn gouden troon zet
(dit is mijn modellenstoel voor speciale gevallen). 'Nou...,
mijn nacht is weer goed. Is toch alles weer in orde gekomen! Een
prachtig schilderij met bloemen gemaakt en op de koop toe nog
een leuk modelletje gekregen,’ mompel ik in mijzelf. Ik noem
haar Ankie Appelmoes.
Eigenlijk was ik heel erg moe maar
gezien de prettige omstandigheden werd ik weer helemaal wakker.
‘Kom…, zei ik tegen Ankie. Laten we naar een feest gaan’ en we
dansten tot diep in de volgende dag.
Zij zoende
alsof je een potje appelmoes leeg likte, vandaar haar naam.
Jozef Bloks - Juli 2001
(Herschreven November 2009)
Uit notities
1980 - 2009
|